
Legenda
Ligging
Het
Julianakanaal loopt van Maastricht tot Maasbracht direct ten oosten van de Maas
(de Grensmaas) in het brede Maasdal. De totale lengte van het kanaal
bedraagt 35 kilometer.
Geschiedenis
Belgisch-Nederlandse
twisten
Met de
wispelturige en veelal onbevaarbare Maas was het slechts een kwestie van tijd
dat er een kanaal zou komen dat de vanaf de 19e eeuw opkomende Luikse
en Limburgse mijngebieden goed zou ontsluiten. Dat dit voor Nederland in de
vorm van het Julianakanaal zou zijn is een direct gevolg van een langdurig
Belgisch-Nederlands conflict.
In 1867
wordt namelijk de vaarverbinding tussen Antwerpen en de Rijn zwaar belemmerd
door de aanleg van de spoorlijn Bergen op Zoom-Vlissingen. Het smalle kanaal
door Zuid-Beveland is het alternatief. Dit zet bij Antwerpen zoveel kwaad bloed
dat de Belgisch-Nederlandse samenwerking ten aanzien van de kanalisatie van de
Maas slechts langzaam vordert. Vanuit het Antwerpse belang gezien mag vooral
geen goede en volwaardige vaarverbinding ontstaan tussen Rotterdam en het
Luikse mijngebied. Als België dan ook nog betrokken raakt in de Eerste
Wereldoorlog en Nederland het plan voor het Moerdijkkanaal (een nieuwe
verbinding tussen Antwerpen en de Maas) schrapt, komt het niet meer goed. In
1921 wordt bij wet besloten tot de aanleg van het Julianakanaal op Nederlands
grondgebied. Op 23 oktober 1925 steekt de zestienjarige prinses Juliana de
eerste schop in de grond.
Een
hoogstandje
Voor
Nederland is het een bijzonder bouwwerk. Het is voor het eerst dat in Limburg
een dergelijk grootschalig kanaal wordt aangelegd en dat in geaccidenteerd terrein.
Er wordt zowel gestart vanuit Maasbracht in het noorden als vanuit Maastricht
in het zuiden. Net ten zuiden van Stein ontmoeten beiden delen elkaar in 1935.
Het kanaal wordt gefaseerd in gebruik gesteld. Zo is in 1933 het gedeelte
tussen Maasbracht en Born al bevaarbaar gemaakt. Op 16 september 1935 opent
prinses Juliana officieel het kanaal.
Het
kanaal krijgt een lengte van 35 kilometer en overbrugt een hoogteverschil van
23 meter. Dit vindt plaats door middel van vier sluizen: bij Limmel, Born,
Roosteren en Maasbracht. De sluis bij Limmel functioneert alleen in het geval
van hoogwater in de Maas en staat het merendeel van de tijd open. De sluis bij
Born kent met een kerende hoogte van 11,35 meter op dat moment het hoogste
verval in Nederland.

De sluis bij Maasbracht. |

Vanaf de brug bij Elsloo. |
Door
bergen en dalen
Het
Julianakanaal ligt op de grens van de riviergronden in het Maasdal en de
zandgronden op de Maasterrassen. De Maas zelf is nooit meer dan een kilometer
verwijderd van het kanaal. Bij Elsloo nadert de Maas zeer dicht aan de
Limburgse heuvels. Hier kon geen ruimte voor het kanaal worden gemaakt zonder
een stuk van de hier gelegen Scharberg af te graven met daarop de helft van het
dorp. Het buurtschap Onder de Berg verdween geheel voor het kanaal, evenals het
buurtschap Op de Berg ten westen van de kerk. Hiermee verdwenen 43 huizen, de
school en het gemeentehuis. Een ontwikkeling die tot boosheid en frustratie in
het dorp leidde, maar door de gegeven vergoedingen toch vrij soepel verliep.
Een
gat in het kanaal
De
Limburgse geologische gesteldheid bracht ook andere problemen met zich mee. Het
Julianakanaal loopt namelijk pal over een zakkingsgebied van de mijnen. Het
betreft het gedeelte tussen Born en Elsloo. De verwachting was dat er een
maximale zakking van 7 meter zou kunnen plaatsvinden, waarvan 4 meter in de
eerste 30 jaar. Omdat op voorhand niet duidelijk is waar deze zakkingen zich
precies voordoen, is gekozen voor de praktische oplossing om zo min mogelijk geld
aan het probleem te besteden en in de toekomst waar nodig met oplossingen te
komen. Deze no-nonsense aanpak heeft goed gewerkt, al was de schrik groot in
januari 2004 toen bij Stein een stuk van de dijk wegzakte en het dorp onder
water dreigde te lopen. Uiteindelijk bleek een lekkende vergeten waterleiding
uit de tijd van de aanleg de boosdoener.
Het
gevaar van verzakkingen blijft echter aanwezig. Voor de zekerheid zijn de
bruggen in dit deel van het kanaal dan ook zo licht mogelijk uitgevoerd.
Een sluis
minder
Het
Julianakanaal wordt vanaf de start druk gebruikt. Het vervoer van goederen van
en naar de mijnen levert veel transport op. Later wordt dit vervangen door de
industrie van DSM en bijvoorbeeld Nedcar. Ook de aansluiting op het Luikse
industriegebied zorgt voor het nodige transport. Langs het kanaal zelf ontstaan
ook industrieterreinen, zoals bij de sluizen. Maasbracht zou jarenlang een
belangrijke kolenoverslaghaven zijn.
Alle drukte heeft ook een keerzijde. De
oorspronkelijke sluizen zijn al snel te klein. In de jaren zestig van de vorige
eeuw wordt de sluis bij Maasbracht vervangen door een drielingsluis. Bij Born
komen nieuwe sluizen naast de oude sluis. De sluis bij Roosteren wordt in 1965
verwijderd. Om dit mogelijk te maken wordt het kanaal tussen Born en Maasbracht
verbreed en worden de begeleidende dijken opgehoogd. Met deze ingreep krijgt de
sluis bij Maasbracht een groter verval en neemt met een vervalhoogte van 11,85
meter het Nederlands record over van de sluis bij Born.

Het kanaal bij Echt. |

De brug bij Berg. |
Moderne
tijden
Na deze
opwaardering rond 1965 kan het kanaal weer een tijd mee, maar met de komst en de
groei van de container- en duwbakvaart worden er weer andere eisen gesteld aan
vaarwegen. Rijkswaterstaat is dan ook gestart met de verbreding van het kanaal
om in ieder geval tweebaksduwvaart mogelijk te maken. Daarmee wordt het kanaal geschikt
gemaakt voor schepen met een lengte van 190 meter, een breedte van 11,4 meter
en een diepgang van 3,5 meter. De werkzaamheden zullen plaatsvinden tussen 2010
en 2017 en bestaan uit de volgende onderdelen:
- het verlengen van één
sluiskolk in de sluiscomplexen van Maasbracht en Born tot 225 meter;
- tussen Maasbracht en Born wordt
het peil 25 centimeter verhoogd;
- tussen Born en Stein wordt
het kanaal lokaal met 15 meter verbreed;
- tussen Stein en Elsloo wordt
gebruik gemaakt van damwanden om de doorvaartbreedte te vergroten;
- tussen Elsloo en Limmel worden
twee passeervakken aangelegd met een totale lengte van twee kilometer.
Aangezien
deze werkzaamheden tot het nodige oponthoud kunnen zorgen, is tegelijk gezocht
naar maatregelen om overlast te voorkomen. Een opvallende maatregel daarin is
de promotie van de alternatieve ‘Willemsroute’ via de Zuid-Willemsvaart als
verleidelijk alternatief voor met name de recreatievaart. Je krijgt daarbij
korting op het Belgische vignet. Inderdaad een verleidelijk alternatief als je
niet al teveel haast hebt.
Het
Cabergkanaal
Overigens
heeft jarenlang een verbinding tussen het Julianakanaal en het Belgische
Albertkanaal in de pen gezeten. Het tracé voor dit zogenaamde Cabergkanaal liep
ten noorden van Maastricht. In 1961 sloten Nederland en België een verdrag voor
deze verbinding. De noodzaak of benodigde financiën waren er echter niet om het
kanaal ook daadwerkelijk aan te leggen. Omdat beide landen graag afwilden van
de belemmering die het papieren tracé gaf, heeft een Beneluxcommissie zich over
het kanaal gebogen en in december 2009 in haar advies besloten af te zien van de aanleg ervan.
Met het afvoeren van het kanaal wordt overigens tegelijk wel de goederenspoorlijn
Maastricht-Lanaken nieuw leven ingeblazen ten behoeve van de ontwikkeling van
een grensoverschrijdend bedrijventerrein.

Langs het Julianakanaal
Een
feestje
De
aanleiding voor het bezoek aan het Julianakanaal was ditmaal een feest. Het
Julianakanaal bestaat dit jaar 75 jaar en dat is in de week van 22 november
gevierd door middel van een vaartocht van een expositieboot over het kanaal. Nu
ligt de boot in Maastricht en dat lijkt me een mooi moment om in Maasbracht te
beginnen en zo de ruim 35 kilometer naar Maastricht af te leggen.
Over
oude kolen en een oude sluis
In
Maasbracht was ik nog niet eerder geweest. Het spreekt natuurlijk ook minder
tot de verbeelding dan die plaats aan het andere eind van het kanaal. Je ziet
echter aan alles dat het een bedrijvig plaatsje was en ook nog wel is. De haven
strekt zich over de gehele lengte van het dorp uit en ligt vol schepen (1). Op de
achtergrond zie je de schepen over het Julianakanaal en de Maas varen.
Maasbracht
was voor het kanaal kwam een belangrijke overslagplaats van kolen die hier van
de trein op de schepen in de Maas werden geladen. Deze overslagfunctie
verminderde met de aanleg van het Julianakanaal, maar het kanaal trok wel
andere havenactiviteiten aan. Het bracht Maasbracht zelfs tot een positie van
tweede grootste binnenhaven van het land, althans volgens het gemeentelijke
informatiebord.
Bij het
dorp zelf ligt een bonte mengeling van beroepsvaartuigen, woonschepen,
pleziervaartuigen en rondvaartboten voor de kade. Het bruisende middelpunt zal
op mooie dagen het café-restaurant de ‘Kolentip’ zijn dat nog rust op een
indrukwekkende betonnen steunbeer van iets wat ik associeer met het tijdperk
van de kolenoverslag.
Het
totaalbeeld is rommelig, maar ook wel vrolijk en wonderlijk. Wie op een
luchtfoto kijkt komt tot een verrassend inzicht. Al deze (woon)schepen liggen
in de oude kanaalarm die aansloot op de oude sluis. Deze sluis is verwijderd,
maar is in de grondwerken en het bos ten zuiden van deze kanaalarm nog te
herkennen. Het huidige Julianakanaal loopt na de aanleg van de nieuwe
drielingsluis ten westen van de oude sluis en daarmee wat verder weg van het
dorp.
Drukte
in de sluis
De
drielingsluis van Maasbracht is behoorlijk indrukwekkend. Het is dus de sluis
met het hoogste verval in Nederland. Dat is goed te zien en wat opvalt is het
tempo waarin de schepen worden geschut. Je ziet de schepen met grote snelheid
stijgen of dalen. Tijdens mijn bezoek wordt er overigens hard gewerkt aan de
sluizen. Alleen de westelijke kolk is in gebruik. Van de overige worden de
sluisdeuren vervangen, terwijl de oostelijke kolk wordt verlengd. Ook op deze
zaterdag wordt er hard gewerkt, net zoals dat er nog flink gevaren wordt op het
kanaal.

De haven van Maasbracht. |

De aftakking van het Julianakanaal van de Maas bij Maasbracht. |
Een
eindeloze pier
Om het
begin (of einde) van het kanaal te zien, moet ik nu aan de westoever een ruim
twee kilometer lange landtong volgen tussen Maas en kanaal. Het eerste deel kun
je nog over een goede weg fietsen waar bedrijvigheid aan ligt. Geleidelijk aan
wordt de bebouwing spaarzamer. Aan de overzijde is het haventerrein van
Maasbracht te zien en de alom vertegenwoordigde aanwezigheid van de koeltoren
van de Clauscentrale.
De weg
gaat niet veel later abrupt over in een bedding van basaltblokken. Het lijkt nu
wel een pier. Als je wandelend bent gaat dat prima, maar met de fiets is het
vrij beroerd. Toch komen hier wel mensen. Er staan veel (vooral Duitse) vissers
langs de kant. Verder zijn er een tweetal aanlegplaatsen waar ofwel woonschepen
liggen ofwel schepen voor anker gaan. Het lijkt een beetje een
vrijbuitersgebied. Iets wat je wel vaker langs wat minder toegankelijke of
doodlopende wegen langs een kanaal ziet.
Vlak voor de brug van de rijksweg A2 over de Maas
houdt de weg op. Op weg naar het begin gaat de tocht nu verder door de
weilanden. Na alle haventerreinen, de rijksweg en de elektriciteitscentrale
voelt het hier bijna landelijk aan, ondanks dat al de genoemde activiteiten nog
gewoon zichtbaar en hoorbaar zijn. Heel achteloos en vredig komen Maas en
Julianakanaal tot elkaar en houdt de landtong op. Er vaart net een schip met
een flinke lading hout het kanaal op. Het is tijd om naar het zuiden te gaan.
Hoog
op het land
Na de
relatieve drukte van Maasbracht zit je na de klim naar de bovenkant van de
sluis meteen in een andere verstilde wereld. De sluis zelf is hier (als
verticaal element) veel minder prominent aanwezig en daardoor ervaar je vooral
heel veel water. Water dat tussen twee hoge dijken in bedwang wordt gehouden.
Aan de oostzijde loopt een fraai fietspad over de dijk. Aan de westzijde zou je
kunnen wandelen en vanaf de brug Echt ook weer fietsen. In de loop van de dag
zou ik nog vaak verspringen van de ene naar de andere oeverzijde.
Het
kanaal is hier ook echt een kanaal: strak en oneindig lang. Op de dijk ontbreekt
elke vorm van beplanting. Het oog reikt tot de eerstvolgende brug en dat is die
van Echt. De dijk met daarop het fietspad ligt tot wel 10 meter boven het land.
Het geeft een prachtig uitzicht over een verstild landschap. Helaas is het
landschap aan de overzijde van het kanaal meer een vergezicht door de flinke
breedte van het kanaal.
Hoewel op
het kanaal genoeg schepen varen, gebeurt er direct langs het kanaal niet veel.
Wat wel opvalt, zijn de kleine witte stenen kanaalpaaltjes met daarop de afstand
vanaf Maastricht. Verder ligt er een loswal bij de steenfabriek bij Echt.
Vanaf
Echt loopt het kanaal pal naast de rijksweg A2. De snelheid en drukte van de
rijksweg contrasteert mooi met de traagheid en rust op het kanaal. Op de dijk
komt wat meer beplanting en aan de westzijde staat een indrukwekkende bomenrij
langs het kanaal. Zeker met het oog op wat nog zal komen, is goed te zien dat
dit kanaalgedeelte sterk is vernieuwd (en verhoogd) als gevolg van het
verwijderen van de sluis bij Roosteren in 1965. Het kanaal heeft hier een
profiel en uiterlijk dat veel weg heeft van bijvoorbeeld het grote
Amsterdam-Rijnkanaal.
Van
verdwenen dingen
Aangekomen
bij de Roosterense brug is er van de voormalige sluis niets meer terug te
vinden. Wel staan aan de westzijde nog de sluishuizen (2).
De tocht
gaat verder over het smalle rijpad. Het is er zeer rustig. Alleen bij de dorpen
en bruggen zie je vaak wat andere mensen lopen die een ommetje met de hond
maken. Het is er zo rustig dat het blijkbaar ook niet nodig is om aan te geven
dat het pad aan de oostzijde doodloopt op de nieuwe uitbreiding van het
bedrijventerrein bij Holtum. Noodgedwongen moet een ruime slinger worden
gemaakt rondom het bedrijventerrein om uiteindelijk via de brug bij Ilikhoven
aan de westzijde van het kanaal verder te gaan. Overigens is het
bedrijventerrein met haven wel interessant. Er zijn nog veel havengebonden activiteiten
en er bevinden zich de autodepots die in relatie staan met de autofabriek van
NedCar. Het viel me trouwens op dat er ook auto’s van andere merken staan dan
die daar worden geproduceerd. Wel lijkt het erop dat er een ontwikkeling heeft
plaatsgevonden waarin het autotransport steeds meer verbonden is aan het spoor
en de rijksweg A2 dan aan het kanaal.

Voormalig sluishuisje bij de brug Roosteren. |

De oude sluis van Born. |
De
oude sluis
Vanaf de
brug bij Ilikhoven is in de verte al de indrukwekkende contour te zien van het
sluiscomplex bij Born (3). De route gaat verder over het pad aan de westzijde dat
in niet al te goede staat is. Het leidt echter al snel naar de weg die om de
Berghaven bij Schipperskerk heenloopt. Deze haven heeft in het verleden
mogelijk industriële activiteiten gekend, maar is nu vooral een paradijs voor
vrije vogels in woonboten en woonschepen.
Bij de
sluis van Born is de oude sluis in gebruik. Deze valt door de hoge torens voor
de hefdeuren ook het meest op. Aan de middelste kolk van de naastgelegen
nieuwere en grotere sluizen wordt nu onderhoud gepleegd. Helaas kan je zonder
wat verboden te overtreden niet goed bij het schutten van de schepen kijken.
Via de oostzijde is echter snel de weg omhoog te vinden die naar de bovenkant
van de sluis leidt. Hier sta je weer hoog boven het landschap en loopt het
kanaal als een zilveren slang verder. Het lijkt erop dat het kanaal wat minder
breed is geworden.
Een
verandering in karakter
Dat is
niet het enige dat opvalt. Het wordt lommerrijker langs het kanaal en ondanks
de gewonnen hoogte bij Born ligt het kanaal al snel niet meer boven het land,
maar snijdt het zich in het landschap in. Dit is goed te zien bij het naderen
van Berg.
Over het kanaal
lopen veel bruggen. Ze zijn niet zo uniform als de bruggen over het
Amsterdam-Rijnkanaal, maar er zitten enkele zeer karakteristieke bij. De brug
bij Berg is er zo één. Eigenlijk te smal voor het moderne verkeer, maar een
landmark voor het dorp. Met de opwaardering van het kanaal worden de meeste
bruggen verhoogd of vervangen. Het is te hopen dat deze blijft.
Hoewel de
dorpskern zelf niet aan het kanaal is gelegen, vleit de naoorlogse woningbouw
van Berg zich heel natuurlijk en dorps langs het kanaal. Je zou zelfs kunnen
spreken van een aantrekkelijke wandelpromenade met wisselend voor- en
achtertuinen grenzend aan deze promenade. Het helpt dat het kanaal met flauwe
bochten door het dorp loopt. Meer naar het zuiden gaat Berg over in Urmond en
zijn er enkele wat meer grootschalige nieuwbouwprojecten te zien (4). Deze nieuwe
woningbouw is duidelijk mede georiënteerd op het kanaal vanuit de gedachte dat
het water en de dynamiek op het water een positieve invloed heeft op het woon-
en leefklimaat. Vanuit Maasbracht komend is het de eerste keer dat niet
functioneel aan het kanaal gebonden bebouwing zich zo duidelijk ook richt op
het kanaal. Ook verder komt dat eigenlijk niet meer voor.
Back
to basics
Wat na Urmond volgt is echter weer wat je eigenlijk
langs een kanaal verwacht. Over twee kilometer strekt zich aan de oostzijde de
haven van Stein uit. Het kanaal is er breed met weinig ruimte voor nostalgie of
romantiek. Dat geeft ook helemaal niet, dit is wat past bij een hoofdvaarweg.
Aan de westzijde ontbreken havenactiviteiten, maar er gebeurt wel het nodige.
Zo staat er de RWZI (Rioolwater Zuiveringsinstallatie) en is de almaar
voortgaande ontgrinding langs de Grensmaas te zien. Er bevindt zich langs de
kade ook een (tijdelijke) loswal waar zand en grind wordt verscheept.

Het kanaal bij Urmond met nieuwe woningbouw. |

De haven van Stein. |
Het
lommerrijke kanaal
Vanaf
Stein zuidwaarts volgt een aantrekkelijk deel van het Julianakanaal. Het kanaal
gaat slingeren en wordt door veel groen begeleid. Het kanaal ligt bij Stein ook
weer een stuk hoger dan de aangelegen gronden. Het dorp oogt bijzonder fraai
vanaf de kanaaldijk. Aan dit mooie beeld helpt ook het kasteel (deels ruïne)
van Stein mee dat zich als een langgerekt landgoed langs het kanaal uitstrekt (5).
Zes jaar geleden leefde hier nog de angst voor overstromingen als gevolg van
een dijkverzakking.
Na het
kasteel Stein gaat het kanaal onder de A76 door. Het beeld is inmiddels zo
groen dat deze snelweg visueel eigenlijk helemaal niet stoort. De zeer lange
brug (die tegelijk ook over de Maas gaat) vormt een karakteristiek bouwkundig
werk. Tegelijk wordt het landschap hier ook weer heuvelachtiger, zodat het
kanaal zich inmiddels alweer insnijdt in het landschap. Na alle openheid en
vergezichten is het beeld ten noorden van Elsloo dan ook vrij besloten, mede
door de scherpe bocht die het kanaal hier maakt. Het lijkt wel of je op een
bospad rijdt.
Alle
zegen komt van boven
Spectaculair
is het zicht dat met de kromming van de bocht geleidelijk ontstaat op de hoog
op de berg gelegen kerk van Elsloo (6). Hier is het punt waar met de aanleg van het
kanaal de helft van het dorp is verdwenen. Nu kijkt de kerk vanaf de rand van
de bergwand streng op het kanaal neer. Het is een prachtig beeld dat nog wordt
aangevuld met het aan de voet van de berg en aan de rand van het kanaal gelegen
kasteel. Hier wordt je er nadrukkelijk op gewezen dat Limburg landschappelijk
gezien een provincie is als geen andere in ons land. Hoog boven het kanaal op
de smalle en sobere brug bij Elsloo is het slingerende kanaal goed te zien. Het
beeld is aantrekkelijk, maar op zich weinig karakteristiek voor de rest van het
Julianakanaal.

Langs het Julianakanaal bij Geulle. |

Het kanaalpad tussen Stein en Elsloo. |
Verstilde
stroom
Het
traject dat volgt tussen Elsloo en Brommelen vind ik persoonlijk het mooiste
deel van het kanaal. Het kanaal is er relatief smal, wordt begeleid door
rietvegetaties en wordt omringd door een oud ontginningslandschap in het
Maasdal en bossen en glooiende akkers aan de oostzijde. Op de kanaaldijk staan
imposante bomen die nu de bladeren zijn verdwenen prachtige silhouetten vol met
restanten van vogelnestjes tonen. Door het ontbreken van drukke doorgaande
wegen is het er ook stil en rustig. Hoog op de heuvel is zo nu en dan een trein
te zien op het traject Maastricht-Sittard, maar dat is het dan ook wel. Aan de
westzijde doet zich bij Geulle een onvergetelijk beeld voor als van hoog op de
dijk het dorp Geulle aan de Maas zich toont (7). Een mooier dorp vind je niet langs
het Julianakanaal. Een dorp met fraaie bomenlanen en boerderijen en bovenal die
monumentale St. Martinuskerk. Of dat niet genoeg is staat verderop ook nog het
kasteel Geulle langs het kanaal.
Zo lijk
je hier wel een sfeer te ervaren die je soms wel treft langs de oude kanalen in
Engeland of Frankrijk. Het Julianakanaal is echter een levendig en druk bevaren
kanaal, maar zelfs de passerende schepen zijn hier onder de indruk van het
landschap en varen rustig en bescheiden voort.
Een
badkuip
Bij Bunde
verandert het kanaal weer van karakter. We zijn nu in het gebied van Itteren en
Borgharen. Twee dorpen en hun dorpsgebieden die als een soort badkuip liggen
tussen de Maasdijk en de kanaaldijk. In 1993 en 1995 stond dit gebied geheel
onder water, evenals het eerder genoemde dorp Geulle aan de Maas. Elk jaar met
hoog water wordt de stand van zaken in deze dorpen wel op radio of tv
toegelicht.
Langs het
kanaal zelf valt vooral op dat de zand- en grindwinning in het kader van het
project Grensmaas hier grootschalig wordt opgepakt. Het gebied ten noorden van
Itteren wordt vergraven en het hof Emmaus ligt nu als een eiland in het water (8).
Aan de oostzijde van het kanaal wordt het pad geblokkeerd door een lange rij
containers. De bedoeling is onduidelijk. Een bijzonder element is de grote
duiker die het kanaal aandoet. Het is de Geul die hier onder het kanaal duikt.
Als de kaart het niet zou zeggen, zou ik deze bekendste van de Limburgse beken
niet herkend hebben en oneerbiedig als brede afwateringssloot hebben aangezien.
Even
verderop ligt de Beatrixhaven. De hier gelegen havenarm en omliggende
haventerreinen maken het noodzakelijk om de route te vervolgen op de westelijke
kanaaldijk. Ook hier is echter een kleine omweg noodzakelijk om een
watergebonden bedrijf te omzeilen.

Recht
zo die gaat
De
Beatrixhaven is een enorm bedrijventerrein. Hoewel er meerdere
bedrijventerreinen langs het Julianakanaal liggen zie je alleen hier allerlei
loodsen en hallen met over het water uitkragende delen. Het lijken wel afdakken
boven de laad- en losplekken. Er zijn niet zo gauw kranen in te onderscheiden,
maar die kunnen er best zijn.
Aan het
eind van het haventerrein doemt het, in verhouding tot de sluizen bij Born en
Maasbracht, kleine sluizencomplex van Limmel op (9). Hier geen moderne sluis met
puntdeuren, maar de originele met hefdeuren. Er zijn twee sluiskommen en deze
staan feitelijk permanent open. Alleen in het geval van hoog water op de Maas
worden de sluizen gesloten. Aan de oostzijde van het sluiscomplex staat nog een
rijtje dienstwoningen. Vanaf de sluis is er een mooi zicht op hoe het
Julianakanaal in de Maas stroomt met de fabrieken en kerktorens van Maastricht
op de achtergrond.
Net voorbij de splitsing van Maas en kanaal valt
nog een ander groot waterbouwkundig werk op: de stuw van Borgharen. Naast deze
stuw ligt een kleine schutsluis die vooral voor de recreatievaart is bedoeld. Voor
me vaart een schip vol hout uit het kanaal de Maas op. Ik realiseer me dat het
hetzelfde schip is dat ik bij Maasbracht het kanaal zag opvaren. Ik heb het
kanaal ervaren in het tempo van een vrachtschip. Mooier kan het niet.

Bedrijven langs het kanaal bij de Beatrixhaven. |

Begin Julianakanaal met op de achtergrond de stuw van Borgharen. |
Wat valt op?
- het
afwisselende karakter van het kanaal. Zeker in het noordelijke deel is het op
het oog een modern, grootschalig, kaarsrecht en breed kanaal, terwijl het
zuidelijke deel wat landschappelijker oogt met flauwe bochten en minder grote
breedte en meer oever- en dijkbeplanting. Het is begrijpelijk dat vanuit het
oogpunt van het verbeteren van de bevaarbaarheid dat er voor de toekomst nogal
wat ingrepen plaatsvinden. Vanuit landschappelijk en esthetisch oogpunt hoop ik
wel dat dit met enige zorg zal gebeuren;
- het
Julianakanaal is een bedrijvig kanaal. Bij elk sluiscomplex en bij elk wat
groter dorp langs het kanaal bevindt zich wel een loswal en veelal zelfs een
vrij groot haven- en bedrijventerrein. De grootste bedrijventerreinen, zoals de
Beatrixhaven, bij Stein en bij Born worden tegelijk goed ontsloten door
goederenspoorlijnen en de rijksweg A2. wat dat betreft heb je wel het gevoel
dat je langs de economische levensader van Limburg beweegt;
- het
kanaal is relatief gezien jong met 75 jaar. Veel vergane glorie in de vorm van
mogelijk industrieel erfgoed is er dan ook niet te zien. De meeste
bedrijvigheid is actief en modern;
- met
deze bedrijvigheid is meteen ook duidelijk dat een recreatief gebruik van het
kanaal en de aanliggende paden hooguit een nevendoel van de vaarwegbeheerder
kan zijn. Het is te prijzen dat Rijkswaterstaat op de kanaaldijken aan beide
zijden een smal fiets-voetpad van wisselende kwaliteit voor openbaar gebruik
open stelt. Wel word je continue gewaarschuwd dat het een gevaarlijk pad is met
gebruik voor eigen risico. Ik hou daar wel van, maar hoop ook dat voortaan
wordt gewaarschuwd voor doodlopende gedeelten als gevolg van nieuwe
bedrijfsuitbreidingen. Je zou op die locaties wensen dat het pad (dat veelal
nog wel aanwezig is achter het hek) gewoon openbaar toegankelijk blijft;
- gezien
de openbaarheid van de dijkpaden is nauwelijks sprake van een intensief gebruik
van de paden. Alleen dorpsbewoners gebruiken de aanliggende gedeelten voor een
klein ommetje. De gedeelten daartussen heb je het rijk alleen. Op zich zou er
meer potentie inzitten. Je zou zelfs kunnen denken aan een fietssnelweg tussen
de verschillende bedrijventerreinen aan het kanaal. Feit blijft echter dat er
wel veel bedrijvigheid langs het kanaal ligt, maar eigenlijk niet zoveel
woonbebouwing. In het zuidelijke deel geeft het landschap meer aanleiding tot
een recreatief gebruik. Hier zijn enkele gedeelten ook opgenomen in het
fietsknooppuntensysteem dat volgens mij vanuit deze streek (en met een
oorsprong in België) de rest van Nederland heeft veroverd;
- het
Julianakanaal is zo’n kanaal waar zowel het landschap geleidelijk veranderd
langs het kanaal, maar ook de ligging van het kanaal in het landschap. Het
kanaal ligt dan eens (zeer) hoog boven het landschap en dan weer laag als een
sloot tussen de hoge gronden. Deze verschuiving gaat soms zo geleidelijk dat je
wel een soort sfeerverandering ervaart, maar pas na goed kijken merkt dat de
veranderde positie ten opzichte van het landschap daaraan ten grondslag ligt;
- over het kanaal zelf wordt onderweg eigenlijk niets
verteld in de vorm van informatieborden. Wel heeft het kanaal in ieder geval
voor beroering gezorgd en daarmee de basis gelegd voor een drietal
informatiepunten. Ten eerste is dat in de vorm van het ‘Maas- en
scheepvaartmuseum’ te Maasbracht dat voorkomt uit de centrumfunctie voor de
binnenvaart dat dit dorp had en heeft. Ten tweede is dat het streekmuseum
‘Schippersbeurs’ te Elsloo met informatie over de impact die het kanaal voor
het dorp heeft gehad. Tenslotte is er een fraaie blog van Hans Noblesse over in
eerste instantie de sluis bij Roosteren, maar inmiddels ook met informatie over
de andere sluizen in het kanaal.
Literatuur en websites
- G.J. Arends, Bouwtechniek
in Nederland 5; Sluizen en stuwen,
Delftse Universitaire Pers en Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Delft, 1994.
- Van
Nifterik, G., ’75 jaar Julianakanaal.
Een kanaal langs de Maas’, uit: Civiele Techniek, jaargang 65 nummer 1/2 2010,
SJP Uitgevers, Gorinchem.
- Blog sluis Roosteren;
- Maas-Binnenvaartmuseum te Maasbracht;
- Maatregelen verbreding Julianakanaal Rijkswaterstaat.
- naar boven -
|