|

Legenda.
Inleiding
Je kan er niet om heen. Aan een kruising van
wegen gebeurt vaak wat. Of het nu land-, spoor- of waterwegen zijn. De
meeste dorpen en steden zijn ontstaan op een kruising van land- en/of
waterwegen. Kortom er is vaak wat te doen of te zien bij een kruising
en waarom zou een kanalenkruising daarin anders zijn? Met dat in mijn
hoofd greep ik begin 2009 de mogelijkheid aan om te wandelen langs de
kanalenkruising bij Dessel in België.
Het bezoeken van kanalen in België heeft
iets plechtigs. Ik heb het gevoel dat kanalen de Belgen na aan het
hart liggen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat België een zekere nationale trots in haar
kanaalwerken heeft gelegd. De kanalen staan voor de nationale
onafhankelijkheid en hebben sterk bijgedragen aan de snelle
industriële ontwikkeling van het land. Veel meer dan in Nederland.
Langs de Belgische kanalen kom je ook enkele waterbouwkundige
kunstwerken tegen die uniek zijn in de wereld. Denk maar aan het
hellend vlak van Ronquières en de in 2002 geopende scheepslift
van Strépy-Thieu.
Ook in Dessel zijn ze trots op hun kanalen. Op
de gemeentepagina wordt gesproken over het 'Kanalenkruispunt Dessel'.
Deze kruising van drie kanalen is, zo stelt men, een unicum in Europa.
Mij ontbreekt het overzicht om deze uitspraak te staven, maar ik geloof
wel dat een echte kanaalkruising vrij zeldzaam is. Dit in tegenstelling
tot driesprongen. Plaatsen als Lemelerveld en Vroomshoop in Overijssel
zijn ontstaan op zulke kanaaldriesprongen. Een echte kanalenkruising in
Nederland ligt er bij Nederweert en waarom promoot Coevorden zich
eigenlijk niet als kanaalgemeente? Daar komen er maar liefst vijf bij
elkaar. Dan heeft Dessel het beter voor elkaar. Dit kruispunt heeft een
zekere naamsbekendheid. Het wordt tijd om nader kennis te maken met dit
kruispunt in het netwerk van de zogenaamde 'Kempische Kanalen'.
Kanaal aan het kanaalkruispunt Dessel: Het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten. |
De Kempische Kanalen
Woest en ledig
De Kempen is een streek tussen Antwerpen en Eindhoven en ligt zowel in
België als in Nederland. In het verleden was het een weinig
welvarend gebied. Het was een gebied met arme zandgronden, zodat de
landbouw er niet of zeer extensief tot ontwikkeling kwam. Een gebied
dat vooral woest en leeg was met een enkel klooster diep verborgen in
de bossen. De nederzettingen waren klein en steden lagen alleen langs
de rand van het gebied. Dit wat desolate beeld gaat op tot circa 1850;
het moment waarop de eerste Kempische kanalen worden opengesteld.
De plannen van Napoleon
Dan is er echter al bijna een halve eeuw intensief gepraat over een
bijzonder waterstaatkundig project: de aanleg van een
Schelde-Maas-Rijnverbinding. Rond 1806 gaf Napoleon opdracht om een
kanaal aan te leggen tussen de Schelde bij Antwerpen en de Rijn bij
Neuss: het Grand Canal du Nord (of de Noordervaart of Der Nordkanal).
Dit kanaal zou via de Kempen en Venlo lopen en uit twee secties
bestaan: de sectie Antwerpen-Venlo en de sectie Venlo-Neuss. In totaal
zou het kanaal 156 kilometer lang worden en 36 sluizen bevatten. Naast
de transportfunctie was de militaire betekenis wellicht nog meer van
belang, omdat zo het opstandige Nederland kon worden ontweken. Toen in
1810 Nederland bij Frankrijk werd ingelijfd was het dan ook gedaan met
de werkzaamheden. Op dat moment was vooral hard gewerkt aan het hoogst
gelegen pand, het gedeelte tussen Lozen in België en Beringe in
Nederland. Hier was ook een watertoevoerkanaal vanaf de Maas bij
Maastricht op aangesloten. Verder was er vanuit Neuss in Duitsland al
een flinke start tot Neersen gemaakt.
België en Nederland gaan samen verder
Het zou zonde zijn om de onder Napoleon gestartte werkzaamheden zonder
gevolg te laten. Al onder Lodewijk Napoleon werd onderzocht of de
onvoltooide kanaalwerken nog enig nut zouden kunnen hebben. Met het
ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden in 1815 werd dit onderzoek
voortgezet. Willem I was de koning van het nu verenigde België en
Nederland en hem was er veel aan gelegen om de bestaande
tegenstellingen tussen het noordelijke en zuidelijke deel van zijn rijk
te verkleinen. Het advies om de onvoltooide kanaalwerken te gebruiken
voor een (noord-zuid lopend) kanaal tussen Den Bosch en de Maas bij
Maastricht sluit daar goed bij aan. Lange tijd blijven Holland en
Noord-Brabant dwars liggen om financiële redenen. Deze houding
verdwijnt meteen als de provincies Antwerpen en Limburg een kanaal (met
een smal profiel) van Antwerpen naar Venlo als alternatief voorstellen.
Een dergelijk kanaal bedreigt de positie van de Nederlandse zeehavens
ten gunste van Antwerpen. Snel laten Holland en Noord-Brabant in 1821
hun bezwaren varen en daarmee is de aanleg van de Zuid-Willemsvaart een
feit.
Het Kanaal Bocholt-Herentals ten westen van sas 4. |
Aan het Kanaalkruispunt. |
De Vlaams-Hollandse twist
Antwerpen zou in de jaren daarna nog wel eens aandringen op een kanaal
richting de Maas en het opkomende Luikse industriegebied, maar met
weinig succes. De strijd om haar zeevaart- en achterlandverbindingen,
begonnen met de afsluiting van de Schelde in 1585 door Zeeuwen en
Hollanders, blijkt voor deze stad een eeuwenlang proces. Dit jaar nog
(2009) hebben we lang mogen genieten van de onenigheid over het
uitbaggeren van de Westerschelde en de natuurcompensatie daarvan in de
vorm van het onder water zetten van de Hedwigepolder.
Na de afscheiding van België van Nederland in 1839 boekt Antwerpen
echter succes en krijgt de stad haar verbinding met de Maas via het
kanaal Bocholt-Herentals. Dit kanaal werd van 1843 tot 1846 aangelegd
en heeft een lengte van ruim 60 kilometer. Het wordt ook wel Kempisch
Kanaal genoemd en is daarmee de eerste van de Kempische kanalen.
De overige Kempische Kanalen
Vrijwel gelijktijdig met het Kanaal Bocholt-Herentals werd gestart met
het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten. Turnhout was de enige stad in de
Kempen van betekenis en kende een bescheiden industriële
ontwikkeling. De stad wilde dan ook graag verbonden worden met de
nieuwe doorgaande waterweg. Vandaar dat het gedeelte Turnhout-Dessel
als eerste gereed kwam in 1846. De doortrekking naar Schoten werd
gestart in 1854, maar kwam pas in 1875 gereed.
In het verlengde van het aftakkingskanaal naar Turnhout werd in 1854
gestart met de aanleg van het Limburgse kolenkanaal (of Kolenkanaal).
Dit kanaal met een lengte van circa 45 km. liep van Dessel via
Kwaadmechelen naar Hasselt en kwam in 1857 gereed. Op dat moment was er
daadwerkelijk sprake van een kanalenkruising bij Dessel. Eerst werd er
vooral hout over dit kanaal vervoerd. Met de start van de mijnbouw in
Midden-Limburg werden er steeds meer kolen over vervoerd. Daaraan heeft
het kanaal haar naam te danken. Het gedeelte Hasselt-Kwaadmechelen ging
in 1939 op in het Albertkanaal. Het kanaalgedeelte tot Dessel kreeg
vanaf toen de naam Kanaal Dessel-Kwaadmechelen en heeft een lengte van
15,7 km.
Het Kanaal Dessel-Kwaadmechelen. |
De ontginning van de regio
De aanleg van de kanalen leidde tot de ontginning van de vooral woeste
en ledige Kempen. Met de aanvoer van mineraalrijk Maaswater en later de
aanvoer van kunstmest kon de landbouw zich hier ontwikkelen. De
vaarwegen zorgden er verder voor dat het gebied interessant werd voor
de vestiging van militaire activiteiten. Zo kon de al in 1830
gestichtte garnizoensplaats Leopoldsburg door het Kanaal naar Beverlo
worden aangesloten op het Kanaal Bocholt-Herentals. Verder kwam er
vooral veel industrie naar het gebied. De kanalen spelen uiteraard een
een rol bij de ontsluiting van deze industrieën, maar hebben ook
letterlijk aan de basis ervan gestaan.
Het witte goud
Met het graven van het Kanaal Bocholt-Herentals werd de uitgegraven
grond op de oevers gelegd. De grond bleek hier vooral uit wit zand te
bestaan en een oplettende schipper zag de potentie daarvan. Het was
kwartsrijk wit zand van de allerbeste kwaliteit en daarmee uitstekend
geschikt om glas van te maken. Zo ontstond hier op basis van de 'witte
zanden van Mol' een levendige glasindustrie. Het witzand wordt over de
gehele wereld geëxporteerd. Door zijn hoge zuiverheid wordt het nu
niet enkel voor de productie van glas gebruikt, maar ook als
basisgrondstof voor glasvezel, keramiek, glazuur, email en
silicaatchemie. Er is dan ook een groot industrieel complex ontstaan
langs het kanaal.
De sporen van de witzandwinning zijn ook goed te zien langs het kanaal.
Er liggen tal van plassen tussen Lommel en Dessel. Na afgraving krijgen
deze plassen veelal een natuur- of recreatieve functie, maar ook nieuwe
industrieën met een waterbehoefte zijn zich er gaan vestigen. Zo
staat er een grote kolencentrale bij Donk.
De moderne tijd
Met de kolencentrale zijn we ook al meer in de moderne tijd geraakt.
Zoasl gezegd is het kanaal Bocholt-Herentals in 1928 nog verbreed en
verdiept. Ook het kanaal Dessel-Kwaadmechelen werd verbreed en wel in
1951. Hiermee kon het gewonnen witzand goed vervoerd worden naar het in
1939 opengestelde Albertkanaal. Daarmee verloor het Kanaal
Bocholt-Herentals wel grotendeels haar functie. Nu is het vooral van
belang voor de recreatievaart. De functie van het kanaal
Dessel-Turnhout-Schoten was al eerder uitgespeeld. Dit kanaal heeft nu
haar charme door de kleinschaligheid ervan en de loop door een fraai
landschap.
Nucleaire activiteiten
Een laatste bijzonderheid in relatie tot de kanalen is nog het ontstaan
van een conglomoraat van nucleaire activiteiten langs het kanaal
Bocholt-Herentals tussen Dessel en Mol. Hier zit zowel het Belgische
Studiecentrum voor Kernenergie, een nucleaire afvalverwerker en
fabrieken voor de productie van nucleaire brandstof. Ook is op het
studiecentrum de eerste proefkerncentrale van België gelegen. Dit
alles als gevolg van het feit dat in Belgisch Congo uraniummijnen waren
gelegen en België daarmee een koppositie inneemt op het gebied van
nucleaire wetenschap en activiteiten. Een bijzonder gegeven waar de
gemeenten Dessel en Mol opvallend weinig ruchtbaarheid aan geven. Zij
spreken liever over de uitzonderlijke witzanden en het unieke
kanalenkruispunt. Wie kan het ze kwalijk nemen.
Rondom de Kanalenkruising Dessel
De gelukzaligheid van onwetendheid
Zoals hiervoor verwoord ligt er een lange en interessante geschiedenis
ten grondslag aan de kanalen bij het Kanalenkruispunt. Een geschiedenis
waarvan ik tijdens mijn wandeling langs het kruispunt niet op de hoogte
ben. Dat is soms jammer, maar deze onwetendheid zorgt juist ook weer
voor verrassingen en daar hou ik wel van. Ik begin mijn tocht net iets
ten oosten van het kruispunt bij sas (=sluis) 3A en 3N. Hier is een
klein parkeerterrein gelegen aan de N136 in het natuurreservaat Diel.
Een strategische plek
Het eerste beeld op het Kanaal Bocholt-Herentals is hier al
fantastisch. Aan de linkerhand het sluizencomplex van sas 3A en 3N en
dichtbij aan de rechterhand een echte zogenaamde Baileybrug waarmee de
N316 het kanaal kruist (1). Een Baileybrug is een brug die bestaat uit
standaardsegmenten en als zodanig zeer snel opgebouwd kan worden. Het
is een brug die in de Tweede Wereldoorlog werd gebouwd en zware
voertuigen kan dragen. Hier is de brug altijd blijven staan en nog
één van de weinige in Europa die 100% origineel is. De
vele stalen draagbalken geven de brug een karakteristiek uiterlijk,
evenals de houten planken waarop de auto's (er geldt
éénrichtingverkeer) rijden.
Dat deze oorlogsbrug hier staat is niet vreemd. Al in de Eerste
Wereldoorlog was het kanaal een belangrijke grenslinie tussen het
neutrale Nederland en het bezette België. Vele Belgen hebben hier
geprobeerd de linie te passeren in hun vlucht naar Nederland. In de
Tweede Wereldoorlog werd op 17 september 1944 vanaf brug nummer 9 bij
Lommel, net iets ten oosten van Sas 3, het grondoffensief van de
operatie Market Garden gestart.
Zicht op sas 3 vanaf de Baileybrug. |
Een 'witzandduin' langs het Kanaal Bocholt-Herentals. |
Natuur en recreatie
Vanaf de brug gaat de wandeling over de noordoever richting de
kanalenkruising. Al snel is het sluiseiland van Sas 3A en 3N
gepasseerd. Direct daarne ligt aan de zuidoever een horecaschip. Het is
er druk. Vanuit het schip lopen de mensen langs de zuidoever van het
kanaal en komen dan al gauw bij een hoog soort klimduin van inderdaad
wit zand. Het is een populaire plek. Langs de noordoever ontbreken de
klimduinen. Het is er vrij rustig met alleen een wandel- en fietspad
langs het kanaal. Het kanaal zelf is vrij recht, vrij breed en vrij
saai. Het omliggende coulissenlandschap is wel uitnodigend. Er sluiten
diverse wandel- en fietspaden aan op het kanaalpad. Op de kaart zijn de
grote waterplassen te zien ten zuiden van het kanaal, maar vanaf het
pad zelf zie je daar weinig van. Ze worden grotendeels aan het oog
onttrokken door de opgaande begroeiing en de kunstmatige heuvels.
Het uitzichtpunt
Wel zichtbaar is wat wel lijkt op een hoge toren bij de
kanalenkruising. Naarmate ik dichterbij kom blijkt dit vermoeden juist.
Op de noordwestoever van de kanalenkruising staat een uiterst moderne
en hoge uitzichttoren (2). Het is de Sas 4-toren die in 2007 is
opengesteld en een hoogte heeft van 37 meter. Op dit bijzondere punt
waar de kanalen elkaar kruisen heeft men een toeristische attractie
geplaatst waarbij men van grote hoogte kan genieten van de wijde
omgeving. Het is een prachtige (en gratis te betreden) toren, maar mijn
hoogtevrees zorgt ervoor dat ik met pijn en moeite maar tot de helft
van de hoogte kom.
Ook van die hoogte is de kanalenkruising echter goed te zien. Het is
een brede plas water waar de kanalen bij elkaar komen. Eigenlijk
gebeurt er niet veel in de directe omgeving. De nieuwe toren is nog het
meest bijzonder. Verder ligt Sas 4 van het Kanaal Bocholt-herentals
direct ten westen van de kruising. Hierbij bevindt zich ook een fraai
gebouw wat het midden houdt tussen een fraai buiten en een
sluiswachtershuis.
De Sas 4-toren bij de kanalenkruising. |
Een kruising en nu?
Zonder de Sas 4-toren zou de kruising zelf dus wel wat van een
anti-climax hebben. Ja er ligt een pannenkoekenboot en er meert een
rondvaartboot af, maar verder is het vooral een kruising in een rustig
landschap met aan de zuidzijde grote plassen water waar zo vroeg in het
seizoen weinig gebeurt. Van de kanalen ziet vooral het Kanaal
Dessel-Turnhout-Schoten er aantrekkelijk uit. Het is nog een vrij smal
kanaal en het wordt met name aan de oostzijde begeleid door prachtige
bomen. Na Sas 4 versmald ook het Kanaal Bocholt-Herentals en dat maakt
het gelijk ook wat meer aantrekkelijk. Logisch dus dat ik de wandeling
voortzet langs het Kanaal Dessel-Kwaadmechelen. Verreweg het kanaal met
het meest brede profiel en daarmee het meest industriële uiterlijk.
Een brug of toch niet?
Misschien was dat omdat in de verte een slanke smalle brug over het
kanaal lonkte. Op weg daar naartoe is er goed zicht op de enorme
waterplassen. Het is er stil. Langs het kanaal loopt hier een weg, maar
slechts weinig automobilisten maken er gebruik van. Er is ook weinig te
zien aan bebouwing. Een wat verlopen jachtwerf, maar dan houdt het ook
wel op. Na ruim een kilometer is er de smalle brug (3), maar wat blijkt
nu? De brug is niet te betreden. Het is een overgang voor
pijpleidingen, die ongetwijfeld te maken hebben met de witzandwinning.
In de plas ten oosten van het kanaal is ook een fabriek zichtbaar.
Jammer en even is er de verleiding het toch maar te proberen om via de
brug over te steken, maar het is toch wel hoog en over een buis lopen
is ook niet ideaal. Helaas, de brug zou als wandelbrug niet hebben
misstaan. De brug heeft een simpele maar fraaie functionele
architectuur. Nog eens 500 meter verderop ligt echter weer een brug,
dan daar maar oversteken.
Zicht op (laatste) industrie aan het Zilvermeer. |
De leidingenbrug over het Kanaal Dessel-Kwaadmechelen. |
Gebied in ontwikkeling
Deze brug is wel betreedbaar en met het oversteken van het kanaal kom
je in een gebied waarvan de transformatie van zandwinning naar
recreatiegebied in volle gang is. ter weerszijden van de doorgaande weg
liggen grote nieuwe parkeerterreinen van het Provinciaal
Recreatiedomein Zilvermeer. Het is een grootschalig recreatiegebied
voor dagrecreatie met daaromheen verschillende verblijfsmogelijkheden,
zoals een camping en vakantiehuizen. Het meer is bekend om haar mooie
stranden en als plek voor beginnende duikers. Langs het nu rustige meer
voert de wandeling mij terug richting de Baileybrug.
Daar aangekomen zijn nog de restanten van de oude brug te zien die
blijkbaar in de oorlog is opgeblazen. de stenen fundamenten bevinden
zich net ten oosten van de Baileybrug. Het oversteken van de brug
vraagt enige moed, want de brug is smal en je deelt deze smalle ruimte
met de auto's. Even rustig genieten vanaf de brug met een blik op het
kanaal of het sluiscomplex is er dan ook niet bij. Gelukkig is de brug
zelf met het wankele houten wegdek een belevenis op zich.
Tot slot
Een kleine wandeling van hooguit 5 kilometer en kanalen waar op het oog
niet zo heel veel langs gebeurt. Ik had niet gedacht dat met het
uitwerken van een verhaal over deze kanalenkruising zoveel meer naar
voren zou komen. Natuurlijk wezen tijdens de wandeling informatieborden
al op de bijzonderheid van de Baileybrug en de winning van witzand,
maar ook de geschiedenis van de kanalen zelf en de aanwezigheid van
abdijen en nucleaire installaties maken het toch wel tot een zeer
bijzonder gebied. Het is weer een duidelijk voorbeeld van hoe kanalen
tot kristallisatiepunten van onze geschiedenis kunnen worden en daarmee
ons landschap tot een spannend boek maken. Ik heb er nu maar even
vluchtig doorheen kunnen bladeren, maar dit is zeker een gebied om naar
terug te komen.
|